Vlasleeuwenbek is
een echte darm- & galplant, en past
daarom bij het teken Maagd en omdat
het sterk op de gal werkt, maak ik
er Mars in Maagd van. (Culpeper
liet het alleen onder Mars vallen).
Het heeft laxerende eigenschappen,
het gedroogde kruid helpt bij
chronische constipatie,
het activeert de spieren rond het
darmkanaal en in de baarmoeder en
versnelt de galstroming door de
galbuis. Verder helpt het tegen
winderigheid, en
het helpt mensen die te vet
gegeten hebben en daar last
van hebben. Het is dus ook een
tonicum voor de lever. En het
werkt bij geelzucht.
Uitwendig wordt
het toegepast om spataderen
en aambeien te doen slinken.
Huid: een aftreksel van
vlasleeuwenbekje kan ook heel goed
voor de huid gebruikt worden: om
zweren te genezen,
of andere deformiteiten, en helpt
zelfs bij lepra.
Ogen: Het aftreksel van
vlasleeuwenbek kan ook als compres
gebruikt worden voor de ogen, of als
oogdruppels,bij bindvlies-
en hoornvliesontsteking,
of rode ogen.
Verzamelen: de bloeitoppen
en in bosjes in het donker te drogen
hangen.
Thee:
doe 30 gram gedroogde bloemen bij
600 ml kokend water, en neem het
daarna per theelepel tegelijk in.
De thee smaakt niet lekker, is weer
erg bitter, en dat geeft aan dat je
het niet langdurig
moet gebruiken.
Typologie: In verschillende
staten in Amerika wordt vlasbekje
als een verderfelijk onkruid gezien
omdat het zich zo snel voortplant,
daarbij flink agressief te keer gaat
(Mars) en andere grassen wegduwt.
Nou, dat doen ze bij ons ook, als je
ziet hoe prachtige bermen nog steeds
flink gemaaid worden, deze week
(juli 2009) zag ik daardoor nog 50
smeerwortels verdwijnen… Dat gezegd
hebbende, ik denk dat
vlasleeuwenbekje wel eens heel
goed kon passen bij mensen die
tamelijk fel zijn, (gal kunnen
spuwen zeg maar), en dan last hebben
van de darmen. En wat die bermen
betreft: we mogen inderdaad blij
zijn dat de gemeentes niet meer met
gif spuiten zoals in de 70-er jaren,
en het kruid komt even zo vrolijk
later wel weer terug.