door
TEES REITSMA (2-9-1933 tot 8-8-2004)
Dit
artikel werd eerder gepubliceerd in 'Astrokring' jaargang 11 no. 3
Deze tekst is alleen geschikt voor gevorderde
astrologiestudenten
Op 1
januari 2000 waren de posities van de heliocentrische planeetknopen
(die slechts minimaal (zo'n 1 graad per 100 jaar) veranderen in de
loop der jaren) als volgt: (Informatie uit Planetary
Cycles at a glance door Astrid Fallon).

18.20 Stier

16.40 Tweelingen

19.33 Stier

10.29 Kreeft
|

23.38 Kreeft

14.00 Tweelingen

11.36 Leeuw in 2003

20.17 Kreeft |
Deze posities liggen
allemaal binnen 4 zuidelijke tekens van de dierenriem, en het gaat
in deze tabel om de Noordelijke planeetknopen. De Zuidelijke knopen
liggen daar tegenover. De knopen zijn de snijpunten van de baan van
een planeet met het vlak van de ecliptica. Bij de beweging van een
planeet van Zuid naar Noord spreken we van de stijgende of
Noordelijke knoop, en bij de beweging van Noord naar Zuid van een
dalende of Zuidelijke knoop.
In het boek Person-Centered
Astrology heeft Dane Rudhyar hier het een en ander
over geschreven, waarvan hieronder een uittreksel:
De structuur van het
zonnestelsel is het resultaat van de relaties tussen de banen van de
planeten. Gezien vanaf de Zon (heliocentrisch) beschrijven alle
planeten een elliptische baan om de Zon en deze vormen een serie
concentrische kringen in bovenstaande volgorde, waarbij geen enkele
planeet dichter bij de Zon komt dan de voorgaande, met uitzondering
van Pluto, die ongeveer iedere 240 jaar dichter bij de Zon komt dan
Neptunus.
De vlakken van deze banen zijn echter niet hetzelfde: de planeten
draaien niet in hetzelfde vlak om de Zon, maar deze vlakken snijden
elkaar en de lijn die hierbij wordt gevormd met onze eigen baan (de
ecliptica), wordt de knopen-as genoemd.
Vanuit het
heliocentrische astrologische gezichtspunt hoort de betekenis van
iedere planeet uit te gaan van zijn afstand tot de Zon. De
fundamentele betekenis van de planeten heeft betrekking op hun
plaats in de serie, zij vertegenwoordigen fasen in een proces dat
met de progressieve differentiatie van de zonnekracht te maken
heeft. Mercurius is de bipolaire elektrische energie. Venus voegt
hier magnetisme aan toe en wijst op elektromagnetische velden. De
Aarde geeft soliditeit en biologische eigenschappen aan deze velden.
Mars heeft te maken met het vrijkomen van energie uit alle
organische systemen, etc. (Zie: 'The Practice of Astrology",
door Dane Rudhyar). Iedere planeet vertegenwoordigt dus als het ware
een kosmische kwaliteit.
Bovenstaande knopen
zijn heliocentrisch en symboliseren de fundamentele relatie tussen
een planeet en de Aarde als twee bestanddelen van het zonnestelsel
en deze relatie heeft betekenis voor dit zonnestelsel als een groot
kosmisch veld van dynamisch bestaan.
Als we daarom deze knopen op de geboortehoroscoop van iemand
toepassen, dan is het duidelijk dat deze relatie met de meest
fundamentele factoren, eigen aan de essentiële bestemming van die
mens, te maken heeft. Het zijn factoren die dieper gaan dan de
natuurlijke bio-psychische functies, die planeten gewoonlijk in een
horoscoop vertegenwoordigen, omdat de hele baan van de planeet een
kosmisch gegeven is, dat onze zintuiglijke waarneming te boven gaat.
Astrologie is een taal
die astronomische en hemelse gebeurtenissen gebruikt als symbolen
voor menselijke en persoonlijke kenmerken en bio-psychische
ontwikkelingen. Hoe ongewoner of verder gelegen deze astronomische
gebeurtenissen zijn, of hoe meer kosmisch of
abstract de relatie tussen hemelse lichamen, hoe dieper of
transcendentaal de kenmerken die zij vertegenwoordigen in de
persoonlijkheid en de levenservaringen van mensen.
De planetaire knopen
vormen een as, d.w.z. de Noord- en Zuidknoop worden
nooit alleen in aanmerking genomen net zoals Asc. en Desc.,
of IC en MC, een onafscheidelijk paar vormen, zoals er geen wind kan
zijn zonder een gebied van hoge en lage druk. Iemands vermogen voor
relaties (Desc.) hangt af van zijn houding tot hemzelf (Asc.) :
zoals iemand zichzelf ziet, relateert hij aan anderen en de manier
waarop hij aan anderen relateert bepaalt de ontwikkeling van zijn
ervaring van zichzelf. Dit geldt voor de uiteinden van iedere as. De
Noord- en Zuidknoop vormen geen afzonderlijke punten met
een individuele betekenis, maar twee polaire aspecten van een
enkel proces. Wat allereerst bestudeerd en begrepen moet worden
is het proces.
Bij de planetaire
knopen is dit de fundamentele relatie tussen een planeet en onze
Aarde als twee familieleden van het zonnestelsel en in de
individuele geboortehoroscoop: de manier waarop de essentiële
kwaliteit van een planeet, de basisstructuur en wortels van
onze individualiteit beïnvloedt als lid van de menselijke soort.
De planetaire knopen behoren tot de 'astrologie van de ruimte', die
met absolute basiskenmerken van de planeten te maken heeft als leden
van het zonnestelsel en met de grote cycli met seculaire variaties
van de banen: de banen in plaats van de planeten als lichamen.
In de filosofische tradities over de betekenis van de astrologie
werd gezegd dat de fundamentele werkelijkheid van een planeet niet
zijn massa is, maar de ruimte die door zijn beweging wordt
bepaald.
In de astrologie van
vandaag moeten we aan planetaire banen denken: ellipsen met twee
brandpunten, waarbij de Zon het gemeenschappelijke brandpunt van
deze banen vormt. Het hele zonnestelsel is een geïntegreerd
krachtenveld, een kosmisch organisme en de banen van de planeten
bepalen verschillende functionele gebieden hierin. Een
bewegende planeet vertegenwoordigt dus een manier waarop de energie
van een bepaald gebied van het zonnestelsel door zijn beweging wordt
geactiveerd of geconcentreerd. De plaats van een planeet bepaalt op
ieder moment in de tijd het punt van geconcentreerde vrijlating
van energie, maar deze energie wordt in het zonnestelsel
verwezenlijkt door de beweging van de planeet. De voortdurende
veranderende relatie tussen de beweging van deze planeten vormt een
gericht kanaal voor de vrijlating van een bepaald soort energie, of
een kwaliteit van zijn, die in relatie staat tot de ruimte
van zijn hele baan.
Natuurlijk verandert
deze ruimte voortdurend, omdat het hele zonnestelsel op hoge
snelheid om het hart van het Melkwegstelsel beweegt. Daarom strekken
de planetaire banen zich in feite tot spiraalvormen uit, maar hun
relatie tot en afstand van de Zon verandert niet en daar gaat het
om. Ieder organisch systeem in het universum volgt complexe
bewegingen, omdat het een onderdeel is van een serie van grotere
systemen, die ieder ook weer om centra draaien. Toch behouden de
verschillende onderdelen van zelfs het kleinste systeem een
basisstructuur van onderlinge relaties. Dit soort basisstructuren
probeert de astrologie te begrijpen, niet hoe de structuur
werkt, maar de betekenis van de structuur en van alles dat
ermee samenhangt.
De bovenstaande
planetaire knopen zien we verzameld rondom de zomer- en
winterzonnewende binnen 90 graden: de Noordknopen tussen Mercurius
op 17 (18) graden Stier en Neptunus op 11 graden Leeuw en de
Zuidknopen dus hier tegenover.
Het midpunt van de Noordknopen is 29 graden Tweelingen, waar de
grote ster Betelgeuze in het sterrenbeeld Orion zich bevindt,
waarvan ik vaak gezegd mheb dat deze een speciale relatie heeft met
het Waterman tijdperk,dat volgens mijn berekeningen zal beginnen als
Betelgeuze 90 graden lengte (0 graden Kreeft) bereikt: de
zomerzonnewende in de tropische zodiak (Zie: Birth patterns for
a new humanity", later gepubliceerd als: Astrological
Timing - The transition to the New Age door Dane Rudhyar).
Deze bundeling moet
betekenis hebben omdat het geen constante factor is: de knopen van
Mercurius bewegen sneller dan van Neptunus en in ongeveer 4 eeuwen
zullen ze conjunct staan met de knopen van Mars in het midden van
Tweelingen en conjunct met de knopen van Uranus. De groep zal zich
dan tussen de knopen van Uranus en Neptunus uitstrekken. Over
ongeveer 8 of 9 eeuwen zal de Noordknoop van Neptunus 0 graden
Weegschaal bereiken, de herfst-equinox, dus de Zuidknoop 0 graden
Ram.
Een ellips heeft twee
brandpunten, terwijl een cirkel er 1 heeft. Alle planetaire banen
hebben 1 gemeenschappelijk brandpunt, waar de Zon zich bevindt, dit
is het grote symbool voor levenskracht en licht. Maar de planetaire
omloopbanen hebben ook hun wat ik 'individualiserende brandpunt' heb
genoemd. Dit is het symbool van de bijzondere functie en
individuele 'kwaliteit van zijn', dat de hele planetaire baan
symboliseert. Een planeet is het dichtst bij zijn individualiserende
brandpunt als hij het verst van de Zon is, dus op z'n aphelium.
Voor de Aarde ligt dit
punt dicht bij de zomerzonnewende, als de Zon het zodiakteken Kreeft
binnenkomt en de Aarde het teken Steenbok. Onze planeet is dus in
haar baan het dichtst bij haar individualiserende brandpunt als ze
in dat deel van de tropische zodiak is, waar de zuidknopen van de
planeten zich nu bevinden.
We kunnen dus de
huidige bundeling van de knopen relateren aan het intensieve proces
van individualisatie van de mensheid en de nadruk op specialisatie
en verscheidenheid in plaats van eenheid - de vele planeten
en hun aparte functies in plaats van de ene Zon, bron van
licht en ongedifferentieerde kracht.
De polarisatie moet
ieder jaar sterk zijn bij de zomerzonnewende, als de Zon over de
planetaire Noordknopen gaat en de Aarde over de planetaire
Zuidknopen: op dat moment is onze planeet 't dichtst bij het
individualiserende brandpunt van haar baan.
De aanwezigheid van Betelgeuze daar, conjunct de Zon kan de doorslag
geven in het voordeel van de Zonnekracht en de mensheid kan
werkelijk naar een tijdperk toegaan dat verlicht wordt door een
bewustzijn van 'eenheid'.
Tot zover een uittreksel van de tekst van Dane Rudhyar in 'Person-Centered
Astrology'.

