Tekst van de
uitzending op Q -radio, programma Raya (januari 1999) -
door Joyce Hoen
Onlangs (2006)
ontving ik de volgende mail over het onderstaande artikel.
Quote. "Wellicht is het goed om de
verslaggeving van dit artikel te actualiseren want het is
inmiddels al weer enkele jaren
bekend dat het verhaal over Sirius totaal onjuist is. De
"kennis"van de Dogon was hen ingegeven door de franse
onderzoeker Griaule die ook
telkenmale geld bood voor de antwoorden waardoor bepaalde
stamleden maar al te graag de meest waanzinnige antwoorden gaven.
Daarnaast legde Griaule telkenmale
antwoorden in de mond van de Dogon. Overigens sprak hij zelf geen
woord van de Dogontaal."
Gelieve de studies en publicaties te
lezen van de Nederlandse antropoloog Wouter (Walter) van Beek
van de
Universitiet Utrecht, die de Dogon vele
male heeft bezocht en wetenschappelijk aantoont dat het hele
verhaal pure flauwekul is." Unquote.
Een heel klein onderzoekje op het internet
levert weinig anders op dan beweringen in deze trant van Skepsis
of Skepsisachtige sites. De publicaties van de antropoloog W. van
Beek, die de bron vormen van bovenstaande, staan niet op het
internet & ik heb ook geen directe behoefte cq tijd ervoor om
me er verder in te verdiepen. Ik zou een onderzoek van een
antropoloog namelijk, in tegenstelling tot de publicaties van
Skepsis en aanverwanten, wel serieus nemen. Dus ik publiceer
maar gewoon dit commentaar en laat het verhaal zelf
intact:
De DOGON uit Zuid Mali, een arm boerenvolk dat
nog voornamelijk in hutjes woont, geloven dat ze 3000 jaar geleden
bezocht werden en onderricht kregen van buitenaardse wezens van een
ander sterrenstelsel. Ze hebben ongelooflijk gedetailleerde kennis
van een ster die zo moeilijk te observeren is, dat er geen foto van
genomen kon worden tot in 1970! In de 30er jaren deelden de Dogon
deze kennis met Franse antropologen, nadat deze laatsten overigens
eerst geïnitieerd werden. Ze vertelden de dingen maar niet zo.
Wij kennen deze ster als Sirius B, maar de
Dogon noemen hem Po Tolo. Pas in 1844 vermoedde men hier in het
Westen het bestaan van deze ster, toen onderzoekers van Sirius, de
Hondster, bewegingen ontdekte die een tweede ster in de buurt deden
vermoedden. Na veel observatie werd er iets ontdekt in 1862, wat een
witte dwerg bleek te zijn, een heel kleine ster met een
ongelooflijke massa en dichtheid.
De naam die de Dogon aan Sirius B gaven
bestaat uit het woord voor ster: Tolo, en het woord voor de kleinste
plant die zij kennen: Po. Ze zeggen dat het het kleinste ding is dat
er bestaat en dat het de zwaarste ster is omdat alle aarde op die
ster vervangen werd door een ongelooflijk zwaar metaal, sagala
genaamd, en dat de ster wit van kleur is. Ze zeggen ook dat de
omloop van de ster elliptisch is, met Sirius A als focus in de
ellips. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat dit
inderdaad klopt.
Bovendien claimen de Dogon dat de omlooptijd
50 jaar is, hetgeen verbazingwekkend dicht bij de waarheid ligt:
wetenschappers ontdekten een omlooptijd van 50.04 jaar met
afwijkingen van .09 jaar. Daarnaast geloven de Dogon dat de ster om
zijn eigen as draait, en dat blijkt ook te kloppen. Ook zeggen de
Dogon dat er een derde ster is in dit systeem, Emma Ya geheten, die
een planeet om zich heen heeft lopen. Deze ster is echter nog niet
ontdekt door astronomen.
De kennis van de Dogon over het universum
stopt hier echter niet, want ze zijn ook bekend met het feit dat
Saturnus ringen heeft en dat Jupiter vier manen heeft. En ze wisten
al lang dat de Maan droog en dood was. De Dogon maken gebruik van
vier kalenders, die gebaseerd zijn op respectievelijk de Zon, de
Maan, Sirius-B en Venus, en hebben al heel lang in een
heliocentrisch universum geloofd, waarin de planeten om de zon
draaien.
Hun traditionele landbouwkalender is in
feite compleet niet-traditioneel, omdat het gebaseerd is op de
cyclus van de witte dwerg ster, die wij Sirius B noemen die eens per
50-60 jaar om de hoofdster Sirius A heen wandelt.
Sirius A kennen wij als de helderste ster
van hier uit gezien. Hij ligt 8,6 lichtjaren van ons zonnestelsel
vandaan. Maar Sirius B is echt onzichtbaar zonder gebruik van enorme
telescopen. Voor 1970 hadden we er dus geen eens een foto van.
De Dogon geloven dat deze kennis van de
NOMMOS afkomstig is, amfibie-achtige wezens die naar de aarde
gezonden werden vanuit het Sirius sterrenstelsel. De naam komt van
het Dogon woord "drinken"", en ze noemden hen ook
"de Meesters van het Water, de Monitors, en "de
Mentoren". De Dogon mensen beschrijven deze schepselen als
vis-achtig, met een soort van dolfijnvorm, en ze zijn van enorm
belang in hun godsdienst. Ze claimen dat deze wezens lang geleden
kwamen met een ruimteschop met 3 driehoekige poten, waarop het
landde, waarbij ze meteen in de grond gingen graven en een
waterreservoir aanlegden. En ze konden zowel in dat water als op het
land leven. Ze spraken tot de Dogons en gaven hen al deze data. Ze
behoorden tot een van de vele groepen van Nommo. Sommigen van hen
bleven in een groter ruimteschip cirkelen in de atmosfeer. Ook werd
hen verteld dat een van de Nommo zou sterven aan het kruis. De Dogon
geloven dat de Nommo eens terug zullen keren naar de aarde dan in
menselijke vorm. De Nommos waren voor de Dogon redders en spirituele
bewakers en gaven hun de levensprincipes.
De aanwezigheid van zulke wezens kan ook gevonden worden in oude
tekeningen en legenden van de goden in het oude Babylonie, Egypte en
Griekenland.
De mythologie van de Dogon is slechts bekend
bij een aantal van hun priesters, en het is een complex systeem van
kennis. Hun zorgvuldig bewaarde geheimen worden uiteraard niet maar
zo blootgegeven aan vriendelijke vreemdelingen.
Een belangrijk onderdeel van
godsdienstbeoefening bij de Dogon is de cultus van de maskers, die
AWA genoemd wordt. Alle jonge mannen krijgen onderricht in de cultus
van de maskers, maar vrouwen mogen absoluut niet meedoen. Deze
gemeenschap van mannen wordt gekarakteriseerd door een geheime taal,
een strikte etiquette, verplichtingen, en verboden. Sommige van deze
mannen, de OLUBARU, krijgen additioneel onderwijs en hebben dan een
levenslange taak om de traditie van de maskers te behouden.
De Olubaru worden geïnitieerd in een SIGUI
ceremonie, die maar een keer per 60 jaar plaatsvindt. De priesters
van de stam dragen dan maskers en voerden een complexe dans uit. Het
was een hernieuwingsceremonie, die gebaseerd was op het feit dat de
ster Sirius eens per 60 jaar zichtbaar werd tussen de toppen van de
bergen.
Er zijn nog drie andere rituelen bij de
Dogon. Op het openbare plein in elk dorp bevindt zich het altaar van
Lebe.
Het Lebe ritueel vindt plaats in samenhang
met de landbouw cyclus, en de hoofdpriester hier is de Hogon.
Grappig, bij de Vodoun godsdienst heet de priester de Houngan, dat
lijkt er wel op. Bij de Dogon is de Hogon de oudste directe
afstammeling van de stichter van de Dogon, en hij beheerst de zaken
van de regio. Hij heeft zowel regulerende als priesterlijke
functies.
De BINU cultus wordt meestal als een
totemcultus gezien, met totemclans. Leden van zo'n clan hebben
dezelfde naam en eerbiedigen hetzelfde totemdier of totemplant. Deze
totems worden overgedragen langs de lijn van de vader.
Het voorouderritueel wordt geassocieerd met
de GINA, de huishoudens van de Dogons. Het doel van veel van de
religieuze rituelen is om goede relaties tussen de doden en de
levenden te onderhouden. De Dogons snijden veel beelden als een vorm
van verering voor de voorouder. Deze beelden worden echter
zorgvuldig weggestopt, en alleen bekeken en aangeraakt door mensen
die zich met deze voorouderverering bezig houden.
Er zijn drie beelden die speciaal belangrijk
zijn voor de Dogon. Het eerste is de vos, die volgens een mythe
gestraft werd omdat hij probeerde om de zielen van de Nommo na te
doen. De tweede is een bepaalde vis, die op het menselijke foetus
lijkt. Het laatste beeld heeft de vorm van een enorme slang en heet
Het Grote Masker. Deze beelden spreken de volgende woorden, zo
zeggen de Dogon: Ik slik, ik slik, ik slik mannen, vrouwen,
kinderen, ik slik iedereen door. De beelden herinneren de
mensen aan het fenomeen van de dood op de aarde en ze spelen ook een
belangrijke rol bij begrafenisriten.
Vrouwen die stierven tijdens hun
zwangerschap kregen een beeld dat heel apart behandeld werd, en een
teken voor vruchtbaarheid werd voor anderen. Zij werden ook nooit
begraven in de buurt van hun huis - er werden afzonderlijke rituelen
gehouden voor hun ronddolende zielen. Vrouwen die graag zwanger
wilden worden consulteerden deze voorouderfiguren.
De etnische groepering van de Dogon bevindt
zich voornamelijk in de districten Bandiagara en Douentza in Mali in
West-Afrika. Hun gebied strekt zicht uit tussen 13,5- 15 graden
Noorderbreedte en 11,2 tot 11,4 graden Oosterlengte. Dit gebied
heeft vlakten, kliffen en een plateau. Op dit moment zijn er naar
schatting ongeveer 500.000 Dogon, een verdubbeling sinds 1965, en 4%
van de totale bevolking van Mali, die zich voornamelijk ophouden op
een gebied van 150 kilometer bij de kliffen van Bandiagara, een
spectaculair gebied.
De animistische Dogon mensen vluchtten in de
14e en 15e eeuw van de verre kliffen van Oost Mali naar waar ze nu
zitten, om te ontkomen aan Moslim overvallen vanuit het zuiden. EN
waar ze nu zitten verblijven ze in een serie dorpjes met een sterk
geloof in de bezieling van de stenen en de bomen, een gewijde
beeldhouwkunst en met veel rituele dansen, die hen aan hun
voorouders bindt.
De hutjes waarin ze wonen zijn nog steeds op
dezelfde manier gebouwd als vroeger, van een soort modder en steen
met hout aan de binnenkant. In het droge seizoen gebruiken ze het
dak om op te koken en om op te slapen, en aan de buitenkant zijn er
dan ook overal ladders om zo op het dak te komen.
De Dogon noemen zichzelf Dogom of Dogo, maar
ze worden ook wel Kado genoemd (Habe gespeld), hetgeen
"vreemdeling" of "heiden" betekent.
Ze bestaan van het land en verbouwen rijst,
uien, bonen, tabak en dergelijke en ze hebben geiten en schapen en
een paar koeien en kippen. Jagen doen ze niet veel. Vissen doen ze
met zijn allen tegelijk, een keer per jaar.
Als ze een overvloed aan graan hebben
bewaren ze dat in dezelfde soort hutjes als waarin ze wonen, met het
verschil dat die bewaarhutjes strodaken hebben die er zo af kunnen.
Er zijn ook huizen waar mannen samen komen, die worden de TOGUNA
genoemd die een iets ander dak hebben. De dorpjes bestaan uit grote
families en alhoewel er geen officieel regeringssysteem is, is er
toch een dorpsleider, meestal de oudste afstammeling van een
mannelijke voorouder, die de belangrijkste beslissingen neemt.
Sommige Dogon zijn smid van beroep, waarover zo meer, anderen zijn
leerbewerkers en deze worden als een aparte kaste gezien. Polygamie
komt er wel voor, maar niet veel.
De Dogon waren heel knappe smeden. Ze waren
in staat om ijzererts om te smelten tot ijzer, hetgeen een heel lang
proces is, wat een perfecte kennis van vuur en temperatuur vereist.
|

Dit laatste fornuis, of Inagina,
hetgeen letterlijk het huis van ijzer betekent, leverde 69
kilo ijzer op van een excellente kwaliteit. Om dit te
bereiken werden traditionele gereedschappen gebruikt die
bestemd waren voor de landbouw, voor het maken van wapens en
voor het maken van sieraden voor de Dogon mensen.
|
Vandaag de
dag maken de Dogon smeden voornamelijk ijzer van oud metaal
van bijvoorbeeld oude spoorweglijnen of autowrakken. Het
lange proces van het omsmelten van ijzer wordt stapje bij
stapje achterwege gelaten. Een van de laatste smeltingen
werd in 1995 uitgevoerd, en deze gebeurtenis werd onderdeel
van een film met de titel INAGINA, Het laatste huis van
IJzer.Elf smeden die nog steeds de geheimen van hun
voorouderlijke activiteiten kenden stemden er in toe om een
laatste smelting te doen. Ze kwamen samen om de geesten op
te roepen. Toen legden ze een mijn aan, maakten houtskool,
en bouwden een oven met aarde.  |
Elk aspect van het Dogon leven is gebaseerd
op de Scheppingsmythe van de Dogon, één van de meest ingewikkelde
religieuze systemen in Afrika. Het Dogon geloofssysteem is dermate
geavanceerd, door ons vroeger primitief genoemd, dat ze geloven dat
elk individu zowel mannelijke als vrouwelijke elementen in hun
lichaam en geest hebben. Hun religieuze systeem maakt een helder
onderscheid tussen goed en kwaad. Een voorbeeld van de toepassing
van hun mythologie kan gevonden worden in het ontwerp van hun huis.
Elk huis wordt gezien als een symbool voor een man die op zijn zij
ligt terwijl hij bezig is met de procreatieve daad. Het haardvuur
vertegenwoordigt het hoofd van de man, de stallen zijn zijn benen,
de maalstenen zijn genitaliën, en de bewaarkamers zijn armen. Zelfs
elk element in het hele dorp heeft een symbolische betekenis. Andere
gewijde plekken hebben structuren met heel vreemd gevormde daken
waarop graanoffers worden gehouden.
Er zijn speciale vieringen en rituelen om de
dagen die een religieuze betekenis hebben te markeren. Bij een
traditioneel begrafenisritueel dragen dansers die de Sogoni Koun
heten heel fijn gevormde houten maskers.
HET GETAL 23
Om een of andere reden is het getal 23
belangrijk bij de Dogon. Het getal 23 was ook belangrijk bij de
Egyptenaren en Babyloniers, omdat op 23 juli de ster Sirius boven de
horizon komt rijzen! Het komt dan één minuut voor de Zon op, en
dat veroorzaakt het feit dat hij schijnt als een briljante rode
robijn in die ene minuut. In veel culturen is dit de kalender voor
het Nieuwe Jaar. De Zon gaat overigens op 23 Juli het teken Leeuw
in. Sirius B draait 23 keer per minuut om zijn eigen as (en creëert
daarmee een enorm electromagnetisch veld). Sirius A is 23 keer
helderder dan de Zon..
Dit is heel significant omdat in Giza waar
de pyramiden en de sfinx zijn, de ogen van de sfinx in lijn liggen
met de exacte tijd waarop aan de horizon Sirius boven komt op 23
juli, en de pyramiden zijn in ook in lijn met dat punt. Sirius wordt
metafysisch beschouwd als een verbinding tussen onze Zon in een
soort van sterrensysteem waarlangs hogere golflengten reizen.
Joyce Hoen DF Astrol S (©)

