Terug naar de eerste pagina
vervolg de rondleiding door de hele website
voor alle pagina's op deze site
Informatie over lezingen, workshops, cursussen en congressen
Informatie over de cursus/opleiding astrologie via email/internet
Informatie over consulten en andere horoscoopduidingen
Naar de "Beroemde" weekahead!
Kwartaalblad van het CHTA
Index van alle artikelen op deze site
Informatie over de CHTA uitgaven
online astrologische booekwinkel via bol.com
interessante en handige links voor astrologen
chta,org, min of meer de "groepssite" van de chta-club

 

 


EEN INTERNATIONALE HULDE AAN DE BRILJANTE

DANE RUDHYAR
1895-1995

- deel 7 (van 10) - Rudhyar: vriend, voorbeeld en wijsgeer
-door Michael M. Meyer-

Ik ontmoette Rudhyar voor het eerst in San Francisco gedurende de zomer van 1968. In die tijd was ik in de studie van Theosofie verdiept. Ik was er zeker van dat er ergens, op de een of andere manier, nog een paar mannen en vrouwen bestonden waar de levende kracht van de Theosofie nog doorheen vloeide; dat er nog steeds levende voorbeelden actief waren in de wereld van het Pad van Transformatie, medewerkers en spirituele volgelingen van de Boeddha-achtige wezens van Wijsheid en Mededogen die, een eeuw daarvoor, H.P. Blavatsky's opdracht steunden om "de geest van de 20ste eeuw te veranderen".

Ik hoefde er niet van overtuigd te worden dat leven en werkelijkheid meer inhouden dan uiterlijkheden en wat ik op school had geleerd. Maar ik realiseerde mij ook, dat de theosofische leer - speciaal zoals geformuleerd door z'n populariseerders in het begin van de 20ste eeuw - geen 'Absolute Waarheid' bevatte; zij bestaat eerder uit benaderingen en beschrijvingen van een werkelijkheid, gevat in woorden, symbolen en beelden die voor Victoriaanse mannen en vrouwen aanvaardbaar waren. Net als Blavatsky tegen het einde van haar leven vermeldde, realiseerde ik mij dat een nieuwe, meer omvattende boodschap en wereldvisie nodig, vrijgegeven en geformuleerd zou worden gedurende het laatste kwart van de 20ste eeuw. Op een jeugdige manier realiseerde ik mij, dat het een deel van mijn levenstaak was om de occulte bron daarvan op te sporen en de nieuwe boodschap voor de nieuwe eeuw te helpen formuleren en bevorderen.

Een jaar of twee eerder was ik begonnen om mij af te stemmen op wat de enkele vertegenwoordigers van de vele spirituele tradities (guru's) die toen in het westen bekend waren, te bieden hadden en tegen 1967 had ik al wat zogenaamde Amerikaanse en Engelse guru's ontmoet, inclusief Alan Watts en Timothy Leary.

Tegen 1968 bezocht ik, zoekend naar iemand die nog in contact was met de levende kracht van de theosofie, de heilige wijsheid van de universele geest, vele theosofische centra in New York, het Amerikaanse midden-westen en in Californie.

Een keerpunt kwam toen ik een nieuw boek zag bij het San Francisco Theosofisch Genootschap: "The Lunation Cycle" door Dane Rudhyar. Hoewel ik toen nog weinig belangstelling voor astrologie had, kocht ik het boek in een opwelling. Het duurde niet lang voordat ik mij realiseerde dat het een nieuwe en bevredigende benadering van de astrologie introduceerde. Het bracht zelfs kringlopen naar de astrologie terug. Maar wat de meeste indruk op mij maakte in "The Lunation Cycle" was z'n theosofische grondslag. Niet dat Rudhyar "De Geheime Leer" van Blavatsky aanhaalde, of dat hij aandacht vestigde op de theosofische grondslag van zijn benadering van de astrologie. Dat deed hij inderdaad niet.

Maar ik realiseerde mij onmiddellijk dat Rudhyar's beschrijving van de structuur van de maancyclus - met z'n involutionaire en evolutionaire halve cirkels en z'n 8 Zon/Maan fasen - in de theosofische wereldbeschouwing was geworteld. Rudhyar's presentatie van de 7 verlichte Zon/Maan fasen en de donkere Nieuwe Maanfase volgden inderdaad nauwkeurig de theosofische leer, voorstellend 7 'globes' van manifestatie plus een ongemanifesteerde 'pralaya' fase van ontbinding.

Enkele dagen na het lezen van "The Lunation Cycle" had ik het geluk om een aankondiging in Lewin's boekwinkel in Berkeley te zien aanplakken. Het kondigde een informeel debat aan over het begin van het Watermantijdperk tussen Gavin Arthur en Rudhyar, te houden in de beroemde Glide Memorial Church van San Francisco. Ik had al over Gavin Arthur gehoord, de rijke kleinzoon van een Amerikaanse president. Hij was een soort grootvader-hippie, die de deuren van zijn villa voor een troep mooie jongens en meisjes had geopend. Hij was de San Francisco subcultuur astroloog.

Vroeg aankomend voor het debat, nam ik links op de eerste kerkbank plaats. Al gauw kwam er een jong stel van ongeveer mijn leeftijd naast mij zitten. Al pratend vertelden we over onze geboortehoroscopen. Het werd al spoedig duidelijk dat de jonge man en ik 'astro-tweelingen' waren - geboren op dezelfde dag, jaar en tijd en maar enkele km van elkaar. Er was iets aan mijn astro-tweeling dat me onbehaaglijk maakte. Ik was nog erg verlegen en sociaal teruggetrokken in die tijd, maar mijn astro-tweeling leek ons sterke Schorpioen/Leeuw patroon heel anders te manifesteren. Hij leek erg zelfverzekerd, aanmatigend, agressief en meer dan egoÔstisch. Bovendien had hij bijzonder grote belangstelling voor Aleister Crowley en beweerde bekwaam in ceremonische magie en hypnotisme te zijn.

Eindelijk begon het vriendschappelijke debat, een uur te laat. Hierin vatte

Rudhyar veel samen wat later in het boek: "Astrological Timing - The Transition to the New Age" gepubliceerd werd. Het gehoor leek onder de indruk van Rudhyar's historische en filosofische inzichten. En naarmate het debat vorderde, werd het duidelijk dat Rudhyar de toehoorders niet alleen van de juistheid van zijn gezichtspunt overtuigde, maar dat hij tevens voor het eerst 'en masse' in contact kwam met de subcultuur, respect en bewondering afdwingend van de onconventionele jonge en niet-zo-jonge mensen in de stampvolle ruimte.

Maar het werkelijk indrukwekkende, overtuigende en inspirerende deel kwam na het debat, toen de twee astrologen schriftelijke vragen uit de zaal beantwoordden. Ik vroeg Rudhyar hoe het komende Watermantijdperk aansloot op de komst van de nieuwe en geheel geÔntegreerde soort mensheid, die volgens Blavatsky en andere theosofen in Californie geboren zou worden. Hij liet me weten dat mijn vraag te gespecialiseerd was om voor een algemeen publiek te bespreken, maar dat ik me vrij moest voelen om hem aan het eind van de avond te benaderen. Toen ik daarna in zijn richting keek, zag ik dat hij naar me staarde.

Rudhyar gaf die avond echter wel antwoord op enkele andere vragen, zoals: "Wat kunnen we nu doen om ons voor te bereiden op de komende Nieuwe Tijd?" Het was in antwoord op zulke vragen, dat hij over de voornaamste bestanddelen van zijn socioculturele visie sprak, die enkele jaren later in zijn boeken: "We can begin again - Together" en "Directives for a New Life" verscheen. Met een licht en kracht die ik nog nooit tevoren had ervaren, sprak Rudhyar over 'zaad-groepen' als lenzen, existentialistisch vormgevend aan wat hij 'zaadideeŽn' noemde en nieuwe aspecten van het archetype Mens. Terwijl hij sprak dreunde zijn stem als donderslag door de zaal. De Kracht van een machtige gong leek door Rudhyar heen te klinken en mijn geest, wezen en bewustzijn resoneerden mee. De lucht en onze geest trilden met de spirituele kracht mee die door Rudhyar heen leek te vloeien zoals licht door een raam. Ik realiseerde mij dat ik een levende vertegenwoordiger van de broederschap van Profeten en Wijzen ontmoette.

Na afloop verzamelde een groep gretige jonge mensen zich om Rudhyar heen, allerlei vragen stellend. Ik bleef aan de buitenkant van de groep, te verlegen en bedeesd om te spreken, maar merkte dat Rudhyar vaak naar me keek. Toen, nadat de groep tot een paar vastbesloten zoekers uitdunde, maakte Rudhyar een vriendelijke opmerking over de vraag die ik eerder had voorgelegd en vroeg of ik uit een theosofische familie kwam. Ik vertelde hem dat mijn moeder uit een vooraanstaande Vrijmetselaarsfamilie kwam en dat ik, nadat ik zelf de Theosofie had ontdekt, gehoord had dat mijn grootouders Blavatsky's "De Geheime Leer" hadden bestudeerd.

Toen de promotors ons vertelden dat het tijd werd om te vertrekken, omdat de conservator de kerk voor de avond wilde sluiten, stelde Rudhyar, omdat het nog vroeg in de avond was, voor, dat de groep in het geriefelijke huis van zijn vriendin en gastvrouw: Mevr. Winslow aan de andere kant van de baai in Berkeley weer samen kon komen. Daar luisterde hij aandachtig naar onze gedachten en ervaringen en leek oprecht geÔnteresseerd in alle aspecten van de subcultuur, die toen in volle bloei was. Op verzoek van iemand gaf Rudhyar een samenvatting van zijn leven. Toen sprak hij ook over zijn theosofische achtergrond en zijn intieme verhouding met de grote theosoof: B.P. Wadia. Hij beschreef verder zijn veelzijdige creatieve activiteiten en aangezien er een vleugel in het huis stond, trakteerde Rudhyar ons op een aantal van zijn composities, die afweken van alles wat we voor die tijd hadden gehoord. Hij ging door met wat improvisaties van het genre dat hij, zo zei hij, vroeger voor Martha Graham's oefeningen speelde in de 20er en 30er jaren. Dat maakte enorme indruk op een dansstudente van Mill College.

Enkele maanden later keerde ik naar New York terug, waar ik de volgende 3 jaren doorbracht. Ieder jaar zag ik Rudhyar echter als hij naar New York kwam om lezingen en lessen te geven. Gedurende die jaren schreven we een paar keer en las ik al zijn boeken. Ik herinner mij in het bijzonder te wachten op de uitgave van "The Planetarization of Consciousness" dat, zo beloofde Rudhyar in een brief, theosofische en metafysische onderwerpen op een nieuwe manier zou behandelen. Ik las het moeilijke boek twee of driemaal van voren naar achteren gedurende 1970-71, mij realiserend dat hier eindelijk een modern heronderzoek was van de sleutel ideeŽn van de Theosofie.

Het duurde echter tot ik in de zomer van 1971 naar Californie terugkeerde, voordat wij vrienden werden. Ik had Rudhyar wat materiaal van mijn lopende werk gestuurd: "Een Handboek voor de Humanistische Astroloog", dat hem erg boeide, omdat het de nieuwe golf van astrologische studenten in staat zou stellen om de basisprincipes van de astrologie te leren zonder eerst te worden blootgesteld aan en geconditioneerd door de traditionele, gebeurtenisgerichte tekstboeken van toen, waarvan de meeste tientallen jaren eerder waren geschreven.

Rudhyar bracht de nazomer als gast van Jose en Miriam Arguelles in hun Palo Alto huis door. Daar hadden we onze eerste lange privť ontmoeting. Ik arriveerde gedurende het begin van de middag en hij wou mij niet tot die avond laten gaan. Ik herinner mij dat hij buitengewoon vriendelijk was en mij aanmoedigde om allerlei soorten vragen te stellen. Hij leek enorm geÔnteresseerd om alles over mijn achtergrond en mijn gedachten over een groot aantal onderwerpen te horen.

Zoals vaak tussen goede en oude vrienden gebeurt, als ik hem iets over een vergezocht onderwerp vroeg gedurende die eerste ontmoeting, antwoordde hij vaak dat hij op dat moment iets dergelijks dacht. Een van zijn favoriete opmerkingen, die ik talloze malen hoorde gedurende de komende jaren, was al gauw: "Je bent helderziend!"

Die middag spraken we voornamelijk over de Theosofische Beweging en zijn betrokkenheid hierbij, over de fantastische en veelbelovende sociale en mentale veranderingen die toen zo overheersend waren in de Verenigde Staten en West Europa en over hoe onze levens en werk hiermee te maken hadden. En hij praatte over zijn 'spirituele ouders' - B.P. Wadia, de grote theosoof en Aryel Darma, een Nederlandse dame uit Java - die hij gedurende 1920 bij het Krotona theosofische centrum in Hollywood had ontmoet.

Het bleek dat het Esalen Instituut hem gevraagd had om in September een weekend lezing in Berkeley te geven over: "Een Nieuwe Visie op Blavatsky's Geheime Leer" en hij nodigde mij uit om als zijn gast aanwezig te zijn. Na iets over de moeilijkheid van de taak te zeggen en hoe men nooit weet hoe intellectuelen zullen reageren (en verkeerd uitleggen) op theosofische ideeŽn en begrippen, begon hij zijn algemene benadering van het onderwerp samen te vatten. Door de hele ontmoeting heen werd ik mij steeds meer van bewust van het feit dat, sinds ik Rudhyar in 1968 voor het eerst ontmoette, ik gevoeld had dat ons lot op de een of andere manier verbonden was en over de tientallen jaren sindsdien heb ik vaak gevoeld, dat bepaalde situaties uit de oudheid zich op het heden afdrukten.

Tegen het einde van de ontmoeting, sprak ik over iets dat ik al een tijdje op 't hart had. Ik vertelde Rudhyar dat zijn grote bijdrage aan de astrologie duidelijk te onderscheiden was door het herstel van kringlopen, zijn formulering van de humanistische persoonsgerichte benadering enz. Maar waarom, vroeg ik, besteedde hij zoveel tijd en energie aan astrologie als hij zoveel meer kon doen als een spiritueel leraar? "Waarom astroloog," wilde ik weten, "als je een grote guru zou kunnen zijn?" Ik veronderstel dat het net was alsof Marie d'Agoult aan Franz Liszt zou vragen waarom "goed piano spelen" zo verdraaid belangrijk was, als hij een groot artiest en een invloedrijk filosoof zou kunnen zijn.

In antwoord hierop, vertelde Rudhyar over de grote moeilijkheden en belemmeringen die hij gedurende zijn vroegere jaren had ontmoet, over hoe zich later mogelijkheden (misschien teveel mogelijkheden) voordeden in de astrologische wereld, over afgebroken pogingen en zijn vroegere onvoorbereid zijn. Maar, vertrouwde hij me toe, met de nadering van het laatste kwartaal van de 20e eeuw is er wellicht meer mogelijk. "En kijk," zei hij optimistisch, "Esalen heeft me al gevraagd om die lezing over "De Geheime Leer" te geven."

Voor mijn vertrek was Rudhyar zo vriendelijk om mij kopieŽn als geschenk aan te bieden van enkele van zijn oude theosofische artikelen (zoals: "Een oproep aan occultisten en theosofen"), die hij voor zijn "Geheime Leer"-lezing had meegebracht. Uit dit zaadmoment is het boek: "Occult Preparations for a New Age" - en andere boeken geschreven na 1975 waarover Rudhyar en ik praatten en schreven gedurende 1973-74 - gegroeid. En het is in deze boeken (zowel als zijn eerdere boek: "The Planetarization of Consciousness") dat ik denk dat Rudhyar zijn werkelijk buitengewone, maar grotendeels niet erkende, bijdrage leverde.

Ik kan zelfs niet beginnen om te beschrijven hoe Rudhyar mijn leven heeft 'beÔnvloedt. Ik kan me zelfs niet voorstellen wat ik zou zijn, als er geen Rudhyar was. Maar als er geen Rudhyar was, dan zou er vroeg of laat iets of iemand, ongetwijfeld op een andere manier, aan de behoefte hebben voldaan; iemand anders zou, om zo te zeggen, een toekomst aan de astrologie en theosofie hebben gegeven. Ik hoorde Rudhyar eens zeggen dat hem 'werd toegestaan om te leven'. En inderdaad heeft z'n vaak zwakke gezondheid zijn leven gered, omdat het hem vrijstelde van militaire dienst gedurende de 1ste wereldoorlog, waarin het regiment waarbij hij zou zijn ingedeeld, bij het terugtrekken van de Marne werd vernietigd.

Het lijkt alsof wat nodig is, overleeft en als iemand openstaat voor het neerdalende transcendentale, transpersoonlijke licht en kracht, men op de een of andere manier de hulp en bescherming ontvangt die men nodig heeft om z'n dharma te vervullen.

Nu is het onze beurt om te overleven en existentiŽle vorm en betekenis te geven aan het nieuwe werkzame aspect van heilige Wijsheid en archetype Antropos nu verwezenlijking zoekend door een nieuwe, werkelijk planetaire mensheid.

Michael R. Meyer, P.O.Box 691269, West Hollywood, CA 90069, U.S.A.

website: www.khaldea.com, op deze website vind je het "Rudhyar Archival Project" waar vele van Rudhyar's werken integraal online te lezen zijn! 

 

 

Vervolg rondleiding door de site