door
ALEXANDER RUPERTI - vertaling Béatrice Boucher DF Astrol S
Het
debat is nu (1979) op zijn hevigst tussen de astrologen: sommigen
zijn overtuigd dat astrologie geassimileerd moet worden met een
zekere vorm van dieptepsychologie, anderen geloven dat ze de
concepten uit de huidige psychologie niet nodig heeft omdat ze al
alles bevat dat nodig is voor een complete uitleg van het karakter
en het leven van een persoon.
Dit debat komt in
feite voort uit een zeker verwarring, omdat deze, zelfs wanneer men
zich beperkt tot de karakteristiek van de astrologische symbolen
zoals deze of via de traditie of via de huidige teksten beschreven
zijn, op zich van psychologische orde zijn. Het lijkt mij dat de
keuze eerder gemaakt moet worden tussen het zich beperken tot het
begrijpen van een persoon aan de hand van de oppervlakkige
psychologische betekenis uit de traditionele astrologie, of door te
proberen de aard van een persoon te interpreteren gebaseerd op de
nieuwe concepten uit de dieptepsychologie.
Deze laatste
mogelijkheid betekent niet dat de astroloog zijn astrologie moet
aanpassen aan een psychologisch school, Freudiaans, Jungiaans, of
anders, maar eerder dat de structuur van ons astrologische werk
aangevuld moet worden met nieuwe en diepere gegevens over de
menselijk aard.
De kracht van de
astrologie is juist gelegen in haar vermogen dingen te reduceren tot
het essentiële, aan de hand van een beperkt aantal symbolen in
vergelijking tot de fenomenen die ze beoogt te beschrijven. Het is
daarom juist de astrologie die, gezien haar relatie tot
psychologische concepten, de actieve factor moet zijn en niet de
psychologische elementen. Anders gezegd, dankzij de astrologische
symbolen, kan de astroloog de psychologische concepten organiseren
en synthetiseren, en ze verwerken in een breder en universeler
referentiekader. Hij moet zich niet beperken tot de uitspraken van
een bepaalde psychologische school. Hetgeen wel is gedaan door de
meest astrologen die geprobeerd hebben de nieuwe psychologische
concepten de integreren binnen de astrologie. Iedere psychologische
school is begrensd door haar eigen bijzondere standpunt, een
standpunt die niet persé helemaal waar is en het ook nooit volledig
is in de meeste gevallen. Ik geloof dat dit de reden is waarom vele
astrologen tegen psychologie zijn: ze weigeren om bijvoorbeeld
vanuit een Freudiaanse standpunt de persoonlijke problemen van een
individu te verklaren. Ze zijn niet tegen de psychologie op zich,
maar tegen een beperking van de astrologie door bepaalde (begrensde)
psychologische scholen. De astrologie bevat juist dat wat de
verschillende psychologische scholen missen als het gaat om het
begrijpen van de menselijke natuur, omdat haar basis niet van
empirische aard is.
Een verhaal.
Een voorbeeld
hiervan gebeurde in Engeland tijdens het congres van de Astrological
Association in september 1979. Ik was gevraagd een lezing te geven
over de belangrijkheid van de leeftijdsfactor (1) voor de
astrologische raadgeving. De "leeftijdsfactor" ontleent
haar wezenlijke betekenis aan een aantal occulte wetten die een
bepaalde betekenis geven aan de verschillende niveaus van Zijn van
een volledig ontwikkeld menselijk wezen. Een menselijk wezen is veel
en veel meer dan dat wat de moderne psychologie accepteert. Men
heeft het al gezegd: het woord psychologie refereert aan een studie
van de ziel, maar de ziel komt in geen een psychologische theorieën
voor, want niemand weet wat dat is en niet iedereen gelooft in haar
bestaan.
Hoe dan ook, we
kunnen de analyse van een mensenleven baseren op de ontwikkeling van
vijf niveaus van zijn, ieder niveau beslaat een periode van
ervaringen van 7 jaar. Zo'n benadering sluit perfect aan bij de
cycli van Saturnus en Uranus. Zo gaat ieder mens door cruciale
kruispunten heen rond de leeftijd van 27 à 30 en van 56 à 60 jaar.
Wendingen die theoretisch gezien een nieuwe begin zouden moeten
creëren. Om de overeenkomst te kunnen vastleggen tussen leeftijd en
geleefde ervaring baseert de astroloog zich op astronomisch en
occulte gegevens: want Saturnus geeft ongeveer elke 30 jaar een
nieuwe cyclus aan. Deze theorie is niet het resultaat van empirische
waarnemingen; het is een hypothese waarvan de astroloog de
toepassing en ontwikkeling in het echte leven observeert.
Om terug te komen
op mijn lezing in Engeland. Kort na mijn aankomst ging ik naar de
boekenstand. Mijn aandacht werd getrokken door de titel van een boek
geschreven door een professor in de Psychologie aan de Universiteit
van Yale: "De seizoenen in het leven van de mens". Ik
kocht het boek en bladerde er vluchtig doorheen. Het amuseerde me te
zien dat de schrijver en zijn collega’s vanuit een empirische
werkwijze zoals de meeste zogenaamde wetenschappers het doen, ook
tot de conclusie waren gekomen dat 30 en 60 jaar cruciale leeftijden
waren voor de mens. Maar wat me het meest amuseerde was de manier
waarop dit boek aan het publiek werd gepresenteerd. Ik citeer:
"de meest ambitieuze uitleg over de cycli in het leven van een
volwassene"..."het eerste volledige verslag over de
ontwikkelingsstadia van een volwassene. Dit boek onderzoekt en legt
de specifieke periodes uit van persoonlijke ontwikkeling waar alle
menselijke wezens doorheen gaan en die een gemeenschappelijk draad
vormt voor alle mensen". Bestseller in de VS, dit boek,
gepubliceerd in 1978, was het resultaat van 10 jaar observatie van
het leven van duizenden mensen door een team van onderzoekers. Mijn
lezing over het zelfde onderwerp, was gebaseerd op de waarnemingen
die door Rudhyar waren gedaan zo'n 37 jaar vóór die tijd,
waarnemingen die ik herhaaldelijk heb ontwikkeld en sindsdien
gebruikt .
De
wetenschappelijke psychologen willen de basis van onze redeneringen
en ons werk niet accepteren hoewel ze, in vele gevallen, tot gelijke
resultaten komen uitgaand van gebeurtenissen om te komen tot dat wat
onderliggend is aan deze gebeurtenissen. Maar er is een essentieel
verschil tussen wat de psycholoog observeert en de zin (richting)
die de astroloog kan geven aan het leven van een persoon, als
menselijk wezen: het is de betekenis die verband houdt met de
verschillende leeftijden. De astroloog werkt vanuit het universele
naar het bijzondere (vanuit het geheel naar het deel) , hetgeen hem
de mogelijkheid geeft een globalere betekenis te geven aan iedere
leeftijd. De psycholoog vertrekt vanuit het bijzondere (de
afgezonderde deeltjes) en probeert een universele wet te stellen die
vervolgens altijd beperkt wordt door zijn aardse begrip van het
leven en de menselijke natuur. We zouden eerlijk gezegd sneller
vooruit kunnen komen als de zogenaamde wetenschappers opener zouden
staan tegenover de astrologie. De empirische methodes zouden dan
gebruikt kunnen worden om de validiteit te testen van de theorieën
gebaseerd op de astrologie.
Ik heb dit verhaal
verteld omdat ze perfect past binnen onze discussie over de
verhouding tussen astrologie en psychologie. Helaas, te lang al
hebben de astrologen die probeerden een verband te leggen tussen
beiden, hun astrologisch inzicht laten beperken door psychologische
oplossingen die gebaseerd zijn op empirische waarnemingen. Ze hebben
niet geprobeerd om een nieuwe dimensie te geven aan de
psychologische kennis door de astrologische symbolen te gebruiken.
Met ander woorden, ze hadden moeten proberen de psychologie aan te
passen aan de astrologie in plaats van andersom.
Humanistische en
mechanistische benaderingen.
Voor wie de
problemen van de menselijke natuur bestudeert, is de intrinsieke
behoefte van de mens aan begrip en psychologische heroriëntatie
bekend; Zij alleen kunnen het misbruik van de enorme machten
omzeilen die de wetenschappelijke technologie in de handen legt van
een, in psychologisch opzicht, onrijpe mensheid die in spirituele
verwarring verkeerd. Onze voorouders werden overheerst door alles
wat de fysieke wetenschap, dankzij haar kennis van de materie, kon
produceren aan gereedschappen die weer gebruikt werden voor
materiele voordelen. De tragedie, en zonder twijfel ook de
cataclysme van onze tijd, is het resultaat van deze overheersing. We
zijn de erfgenamen en nog steeds slaven van het 19de eeuwse
materialisme, slaven van het soort gebruik dat mensen hebben gemaakt
van deze exacte wetenschappen en haar producten, de fysica en de
mechanica.
De weg van onze
emancipatie loop via de psychologie, zolang we niet een of ander
subtiel en min of meer exacte fysieke inhoud associëren met dit
woord. Zolang onze benadering van het innerlijke leven van de mens
menselijk blijft en niet mechanistisch.
Het dilemma van
"de mens tegen de machine" is populair geworden. We moeten
als mensen handelen, zijn en voelen als mensen. En toch lijkt het
moeilijk voor onze psychologische leraren om over vrouwen en mannen
te praten in andere bewoordingen dan alsof ze machines of dieren
zijn die door hun instincten gedreven worden. Ze analyseren het
leven van de mens en zijn driften vanuit concepten die direct
afkomstig zijn van de 19de eeuwse visie over de krachten van de
materie. De psychologie heeft zich in zekere zin ontwikkeld als
exacte wetenschap, afgeleid van de fysica en de chemie. En de meeste
van de huidige psychologen beschouwen de mens als een stoffelijke
verschijning, product van een maatschappij die overheerst is door
economische krachten.
En zo worden de
echte fundamenten van een waarlijk psychologische benadering van de
menselijke waarden en problemen ontkend. Wat een nieuwe benadering
van het leven van deze eeuw had kunnen zijn, wordt verstikt door de
spoken van de 19de eeuwse materialisme. De meeste psychologen zijn
nog 19de eeuwse mensen, hun mentaliteit wordt beheerst door
ouderwetse ideeën over de ware natuur van de mens. Ze kunnen zich
niet ontdoen van Darwin en Freud noch van de materialistische
filosofie van de Duitse school uit het midden van de 19e eeuw. ("De
mens is wat hij eet"- "het denken is een secretie van de
hersenen.." etc.) en nog minder van de ideeën van de
behavioristen.
In onze scholen
worden de jonge generaties doordrenkt van zo'n onderwijs. Het
directe resultaat is een totaal gecommercialiseerde maatschappij,
gebaseerd op productie en winst, waarin gadgets, technische
specialismen en totalitaire politiek ons slaafs maken. (of gevangen
houden). Daarnaast ontwikkelt de psychologie zich als een instrument
voor een grotere productie, een grotere controle van de staat, of
als methode voor efficiënte propaganda en PR-methoden. De mens is
geconditioneerd om te denken dat hij een productie en
consumptiemachine is: een sociaal dier; een deel van de kudde.
Dit alles is het
negatieve aspect van de ontwikkelingen van de 20ste eeuwse
psychologie. Toch komt er langzaam maar zeker een positief aspect
tevoorschijn uit deze vervreemdende 19de eeuwse matrix. We beginnen
te begrijpen dat de psychologie op andere principes gebaseerd moet
worden dan die van de exacte wetenschappen. En vooral, te midden van
de concepten die aan de psychologie zijn ware en positieve betekenis
geven, moet het concept vorm krijgen die de mens beschouwt als een
in essentie spiritueel wezen dat door middel van zijn fysieke
lichaam functioneert om een bepaald doel te bereiken.
Veel mensen geven
het volgend antwoord hierop: "Hoe kunt u weten of de mens in
essentie een spiritueel wezen is dat zijn eigen bestemming volgt, en
niet een sociaal dier is dat probeert zich aan te passen aan zijn
natuurlijke omgeving, fysiek en sociaal, op een zo sterk mogelijke
bevredigende en winstgevende manier?
Ik antwoord hierop:
"Hoe weet u dat de mens geen spiritueel wezen is?" Een
aantal generaties van materialisten hebben ons bewezen hoezeer het
menselijke lichaam lijkt op dat van dieren en hoe de af- of
aanwezigheid van materiele goederen hem kunnen veranderen. Maar men
zou ook het accent kunnen leggen op het feit dat de mens iets in
zich heeft dat maakt dat hij in staat is wonderlijke heldendaden te
verrichten die van totaal andere orde zijn dan deze dierlijke
realisaties, inbegrepen de transformatie van materie. Wat is dus
"dat" iets in de mens?
We kunnen dit iets
"geest" noemen, intellect of een andere naam geven, het
maakt niet uit, want we kunnen het principe of het vermogen
begrijpen dat maakt dat de mens mens is, dat het iets is dat
essentieel is in hemzelf, of dat het een product is van zijn lichaam
afhankelijk van de grootte van zijn hersenen of van welk ander
biologische eigenheid. Men hoeft het er noch mee eens te zijn, noch
het feit te ontkennen om te geloven dat de mens een spiritueel
entiteit is en dat dát het geheim van de psychologie vormt; we
hoeven slechts ons standpunt, onze uitgangspunten of de kwaliteit
van onze interpretaties van de feiten te herzien.
De wetenschap wijst
ons de weg. Ze neemt een steen die we kunnen zien, aanraken en die
ons kan verwonden: en bij de magie van enkele wiskundige formules
overtuigt de fysicus ons dat deze steen zwaar en compact is en voor
een groot deel uit leegte bestaat en uit enkele atomen die met een
ongelooflijke snelheid bewegen. Daarna bewijst hij dat deze zelfde
atomen in werkelijkheid een energetische vortex is en dat doet hij
door ons te wijzen op de productie van energie dat vrijkomt bij een
atoombom.
Wat blijft er over
voor de materialist en zijn materie? In feite niets meer. De fysicus
zelf onthult ons dat het universum een groot energieveld is, een
complexe structuur van tijd-ruimte en van elektromagnetisme, een
onbegrensde structuur, een kosmische entiteit dus waarin ontelbare
kosmische entiteiten zijn, en vele universums.
De wereld van de
krachten.
Waarom zouden we de
menselijke natuur niet op een vergelijkbare manier interpreteren?
Waarom zouden we het individu niet kunnen beschouwen als een
"klein universum", een structuur van ruimte-tijd en van
spirituele en mentale energieën? Waarom zouden we niet de stof en
het Leven zelf kunnen interpreteren vanuit een standpunt gebaseerd
op het innerlijke leven van de mens? En waarom zou de
natuurwetenschap niet uit te leggen zijn vanuit een zeker vorm van
psychologie die zich op een hogere plan bevindt, in plaats van dat
het de psychologie terugbrengt tot een verlengstuk van de biologie
en de chemie.Om dat te bereiken is het voldoende terug te gaan tot
de basisconcepten van de menselijke natuur, gevormd door alle
beschavingen tot aan de laatste drie eeuwen alsmede door de
Europeanen zoals Paracelsus en vele andere grote geesten, erfgenamen
van de oude kennis van de "wereld van krachten". De
moderne natuurwetenschappers zijn op een catastrofale manier
vooruitgekomen in deze wereld van krachten omdat deze vooruitgang
gebaseerd is op materialisme. Het groeit in een maatschappij die
beheerst wordt door bezitsdrang, verlangen naar macht en naar een
destructieve vorm van massapsychologie.
De oude denkers en
hun moderne nakomelingen hebben zo nu en dan verwezen naar deze
"wereld van krachten" onder de naam van
"astraal" of "sterrenkrachten". Door dit te
doen, bedoelden ze niet te zeggen dat de aarde tot het
"materialisme" behoorde en dat alleen het domein van de
sterren en de hemel tot "deze wereld van kracht" behoren.
Zij wilden juist benadrukken dat de wereld van krachten overal om
ons heen is en ieder deeltje van de materie doordringen, ook het
menselijke lichaam. Want uiteindelijk gebruikten ze de term
"astraal" omdat voor hun de totaliteit van de Hemel
(uitspansel) met zijn lichten het zichtbare beeld en een passende
voorstelling is van het "innerlijke wezen" van de mens; de
mens als een reductie van een universum (microkosmos) vol
uitstralende energieën. Het woord "astraal" veronderstelt
dus een specifiek standpunt betreffende de werkelijkheid, een
benadering vanuit een andere hoek van de menselijke (wapen)feiten;
gelijk het woord "elektronica" een conceptie van de
materie impliceert die van de klassieke Europese natuurwetenschap
een antiquiteit maakt. De psychologie in zoverre ze herdacht en
geherformuleerd moet worden, zou, om rekening te kunnen houden met
deze nieuwe tendensen, moeten zoeken naar een intergratie van deze
astrale benadering en de mens beschrijven op een nieuwe manier (of
juist zeer oude manier!). Een menselijk wezen is in potentie in
staat een concrete manifestatie te worden van goddelijke orde
waarvan de Hemel een voorstelling of een beeld is. De menselijk
wezens zijn zielen, werelden van energie en licht, en niet alleen
verzamelingen van materiele cellen en pakjes complexen die
mythologische namen dragen. Alle astrologie die werkelijk
psychologisch is zou ons moeten overtuigen en ons moeten laten zien
hoe men bewust wordt van zijn innerlijke wezen, van onze
"hemelse" aard, het goddelijk beeld in ons. De horoscoop
van een individu is de voorstelling op het tweedimensionale vlak van
de hemel op het moment van zijn eerste adem; het is daarom een
symbolische voorstelling van het astrale wezen van de nieuwe
geborene. Het is het symbool van potentiële incarnatie van de Geest
in een fysiek lichaam gemaakt uit aardse materie. Het is de
goddelijke handtekening van de mens, oftewel van het doel dat de
mens heeft te vervullen in een goddelijk universum.
Dit doel is in
essentie en altijd om een behoefte van de aardse natuur te
verrijken, met andere woorden om een klein deel van deze materie of
elementen van de dierlijke (of aardse) menselijke natuur om te
vormen tot een hogere niveau. Omdat de horoscoop ons op symbolische
wijze vertelt hoe het individu dit doel kan bereiken, kan de
astrologie een precies instrument worden voor de ware
dieptepsycholoog. Het doel van de psychotherapie is niet, in feite,
om het individu te leren zich aan te passen aan zijn omgeving maar
veel eerder, om hem te helpen om een volledigere incarnatie van de
geest te worden, dat wil zeggen om zijn goddelijke doel te
vervullen. Of dit een gelukkig, comfortabel en aangepast leven
inhoudt of niet.
Dit vereist de
nodige bijstelling wanneer het individu efficiënter wil worden ten
opzichte van het ware doel van zijn leven; maar deze efficiëntie
vereist niet wat de gemiddelde psycholoog aanpassing aan de omgeving
noemt. Aanpassing OK, maar waaraan? Met wat moeten we ons
harmoniseren? Is het met onze maatschappij en zijn ongelooflijke
verwarring, zijn handelsgeest, zijn spiritueel leegte, in zijn
algehele futiliteit en in de totaal afwezigheid van werkelijke
waarde? Of moeten we ons afstemmen op de * innerlijke ordening van
onze individuele en unieke zijn, het goddelijke beeld in ons, de
sterrenhemel die het goddelijke doel is waarom we moeten incarneren
door creatieve daden gedurende ons hele leven in dit aardse
lichaam?*
Het lichaam is niet
het Zelf. Het kan wel de manifestatie worden van dit Zelf of op zijn
minst een middel om het doel van dit Zelf te vervullen in de context
van zijn familie, vrienden of andere sociale netwerken. De
energieën die dit doel helpen dienen vormen mijn astrale 'wezen'
zoals symbolisch uitgebeeld in de geboortehoroscoop. Dit Zelf is
niet de horoscoop maar de horoscoop kan me wijzen op de energieën
die ik tot mijn beschikking heb, als ik hem op de juiste manier
lees. Het kan me op het ritme en de ontwikkeling wijzen en op enkele
belangrijke valkuilen tussen de onderling op elkaar inwerkende
krachten, net als het op spanningsvelden, plichten, crisis en nodige
heroriëntatiemomenten kan wijzen. Het kan me mijn belangrijkste
conflicten onthullen evenals de verschillende mogelijke oplossingen
die ik kan gebruiken om een effectief te worden van het doel dat de
hemel altijd onthult aan hen die ogen hebben om te zien.
De ziel,
energiewezen.
Dit kan allemaal
wel vreemd overkomen of een beetje belachelijk voor wie zich bezig
houdt met voorspellingen, of zelfs voor de eerlijk astrologiestudent
die wetenschappelijk en feitgericht georiënteerd is. Toch zijn deze
ideeën de uitdrukking van een zeer oude astrologisch traditie en
van een ware religieus-occulte gedachte. Het is deze traditie die de
huidige psychologie op de een of andere wijze moet integreren en
verwerken in haar gedachtegang en technieken, tenminste als het doel
van deze psychologie is, een antwoord te bieden aan een mensheid die
in een socio-economische maalstroom gevangen zit die haar
onherroepelijk leidt naar toevluchtsoorden en strijdvelden.
Volgens mij bestaat
de eerste stap voor deze psychologen uit een herziening van hun
houding tegenover de mens, zijn waarde en de betekenis en doel van
zijn leven. Ze moeten in de mens een spirituele entiteit zien die
een verzameling van krachten gebruikt om tot een nieuwe integratie
van de aardse (en socio-culturele) materie te komen. Op een zelfde
wijze als het zaad dat in de grond kiemt, chemicaliën tot zich
trekt en deze assimileert en integreert en zo de substantie vormt
voor de wortels, de stengel, de bladeren en de vruchten in volwassen
planten.
Een waarlijk
astrologische psychologie kan de mens helpen stapsgewijs te komen
tot integratie en op die manier de ziel te laten zien in zijn leven
en zijn dagelijkse taken. De ziel is de energie van zijn wezen die
de ware aard van de mens is. Het is de ware hemelse aard, de
harmonische dynamiek van zijn creatieve vermogens. En deze ziel moet
zich door middel van de mens manifesteren. Dit in afstemming op de
hemelse patroon van zijn "astrale"wezen.
Daarom moet we hem
eerst kennen. Astrologie kan ons helpen bewust te worden van de
ingrediënten, de grote lijnen, de contouren dankzij de symboliek
die in de horoscoop besloten ligt. De astrologie helpt ons door te
opperen dat we naar de hemel moeten kijken in plaats van naar de
grond wanneer we op zoek gaan naar de ware aard van de mens als
bemiddelaar van de geest. Astrologie kan ons leren dat de vermogens
van het universum en die van onze persoonlijkheid een
gemeenschappelijk basis hebben omdat zij naar dezelfde ritmes
luisteren, en dat we dát kunnen bewijzen. Tenslotte kan de
astrologie door een studie van deze cyclische ritmes ons helpen
effectieve bemiddelaars te worden van ons goddelijk doel bij
geboorte.
De twee grote
stromingen
Ik bevestig dat de
astrologie ons een nieuwe psychologie kan geven, een psychologie van
de harmonie. Maar eerst moet de psychologie zijn exclusief
analytische en empirische gericht houding laten varen. Ze moet ook
begrijpen dat wat we evolutie noemen, of uitstijging boven de
materie, constant gepolariseerd wordt door een kosmische afdaling,
door een involutie van de geest. Deze kosmische afdaling van het
universeler en simpeler naar het individuele en het complexere is
een proces dat zich op het mentale niveau afspeelt. Het staat niet
buiten de evolutie van het stoffelijke maar werkt eerder binnen de
elektromagnetische velden zoals ze gecreëerd worden door deze
kosmische vervulling en door de progressieve specialisatie van de
universele geest.
Vanuit dit
standpunt gezien, is de geest niet het resultaat van een proces van
zintuiglijke waarnemingen en van mentale beelden die zich vertalen
in gedachtes en concepten zoals de empirische en materialistische
georiënteerd psychologie ons graag doet geloven. Het is een
vormgevend of structurerend vermogen dat zowel in de vorm van de
Nebuleus aanwezig is als in de individuele ego's. Om deze redenen
kunnen we onze zonnestelsel beschouwen als een kosmische baarmoeder,
een elektromagnetisch veld dat onherroepelijk de ontwikkeling
conditioneert van alles wat we op aarde of op ieder ander planeet
kunnen vinden.
De nieuwe
psychologie zou moeten zoeken naar integratie van deze twee grote
stromingen van het Universele Al: de evolutionaire klimming van de
atomaire stof tot menselijke lichamen en de involutionaire afdaling
van de geest, de structuur van het universum in die van het
individuele ego. In en door deze integratie zal de geest zijn
expressie vinden in de mens omdat het de essentie is dat we moeten
herkennen, altijd en overal, in en door de integratie van
tegenoverstelde polariteiten.
Juriens, oktober
1979

(1) De
leeftijdsfactor wordt uitgebreid (en heel boeiend) behandeld in
"Cosmische Cycli van
Wording", door Alexander Ruperti.
CHTA, 2e druk 2001.
Beatrice
Boucher vertaalde ook Ruperti's boekje: Vers la Conscience du Moi
Essentiel, uitg. CHTA, 2002 onder de titel: Naar
het Bewustzijn van het Ware Zelf (de cycli
van het ascendantspunt)
