door
ELIZABETH HATHWAY
Interview met
Mw. Mellie Uyldert d.d 27 november 1999
gepubliceerd in CHTA's Astrokrant, jaargang 5,
no. 2 (2001)
Mijn beweegredenen
om contact op te nemen met Mevrouw Uyldert? Ik wilde een idee hebben
over de astrologische wereld ten tijde van het begin van haar
astrologische werk. Had ze de astrologische supersterren van haar
tijd ontmoet, zoals Dane Rudhyar, Charles Carter, Marc Edmund Jones?
Hoe reageerde de astrologische gemeenschap op de ontdekking van
Pluto? Hoe was de astrologie veranderd?
Toen ik haar
ontmoette was Mevrouw Uyldert 91 jaar en zo fit als een hoentje.
Alert, geïnteresseerd en zeker op haar eigen pad, beheerste mevr.
Uyldert ons gesprek. Toen ik die situatie eenmaal geaccepteerd had
en mezelf bevrijdde van allerlei vooringenomen ideeën over hoe een
interview plaats zou moeten vinden, ontspande ik.
Het was een
prachtige zonnige middag en enkele uren lang had ik het gevoel
buiten de tijd te zijn. We zaten in een klein vol met boeken gevuld
kamertje verwarmd door een oud elektrische kacheltje. Vreemd dat we
in zo’n groot huis hier gingen zitten. Twee stoelen stonden aan
weerszijden van een klein tafeltje en achter me stond een oude
vitrine met een hele serie kristallen en fossielen. Nadat ik gezeten
was keek ik in het gezicht van iemand met een heldere, enthousiaste
en open Tweelingen-karakteristiek, die naar me tuurde vanonder een
elfachtige haarband met daarin een grote schitterende steen.
Tijdens het hele
gesprek werd ik enorm afgeleid door een reusachtige en ongelooflijk
prachtige vlinder die zichzelf bij herhaling tegen het raam aan
sloeg. Buiten baadde een grote blauwe dennenboom in het herfstige
zonlicht.
Gesprek met
mevrouw M. Uyldert
Vr. Hoe bent u
zelf in aanraking met astrologie gekomen ?
Ant. Het zat al in
me. Toen ik twintig was, zei ik tegen mijn moeder "vertel me
wat meer over de sterren. Niet wat je op school leert, stoffelijke
dingen, want er is nog meer, dat weet ik." Mijn moeder wist er
niets van, maar ging wel op onderzoek uit. Na een poosje kwam ze met
"er bestaat een cursus in astrologie hier", wij woonden
toen in Hilversum, "hij bestaat al twaalf jaar, er zijn er
voornamelijk oude dames op, maar je mag er wel bij".
Het was een beetje
mal, ze zaten er al twaalf jaar maar ik moest er wat meer van weten.
Het was een meneer Ram, hij was vrijmetselaar, en onderwijzer in
Amersfoort. Hij heeft een boek geschreven over astrologie. Ik kwam
daar, en ik paste er natuurlijk helemaal niet in, maar ik begon
schriften met aantekeningen te lenen, en ik wurmde me in. Aan de ene
kant wist ik meer dan zij want ik studeerde een beetje psychologie,
wat van de andere kant een beetje hetzelfde onderwerp was, en ik
stak zoveel mogelijk op. Het volgende jaar ben ik er ook nog naar
toe gegaan, toen kwam er een opleidingscursus waar ik een winter
lang naar toe ben geweest, en toen ging ik verhuizen en was het
afgelopen met de lessen en meer heb ik nooit gehad. Maar ik kon toen
wel op eigen kracht verder.
Het grappige is,
als iets al in je zit, dan hoef je alleen maar op dat knopje te
drukken en dan begint het eruit te komen. En toen de mensen hoorden
dat ik iets wist van de astrologie en vragen begonnen te stellen gaf
ik antwoord en tot mijn eigen verbazing bleek ik er een heleboel van
te weten. Toen gingen ze me vragen om een cursus te geven, en ik
dacht, "dat gaat toch niet, ik weet maar bijna niets".
Maar ze hielden maar aan, en toen dacht ik, "nou ja, als ze dat
zo graag willen en tenslotte ik weet iets meer dan zij". Nou
goed, naarmate zo een cursus verder ging, begon ik zelf veel meer te
zien en te begrijpen, en dat kwam allemaal uit voorraad.
Vr. Wanneer was
dat, Mw. Uyldert, dat u begon les te geven ?
Ant. Ik begon in
1928 les te geven, en toen wist ik officieel nog niets, maar het zat
wel ongeweten al in mij. Daarna begon het eruit te komen. Toen
vroegen ze mij om er een avond over te spreken, en ik dacht, ja, ik
weet iets meer dan zij. En dat was heerlijk , voor mezelf ook, want
dat waren openbaringen, hoorde ik mezelf dan dingen zeggen die ik zo
blij was te weten te komen. Dat heb ik eigenlijk altijd gehouden. Ik
spreek heel graag, dan gaat het vanzelf en dan zijn wij samen het
publiek in een wisselwerking, het stroomt, en ik kom zelf een
heleboel te weten. En ik fris ervan op, want er moet wat ruimte
komen en kan dan wat volgt ook naar voren, en zo ben ik spreekster
en schrijfster geworden. Het moest eruit. Ik vind het heerlijk. Ik
doe het heel graag, en dus ben ik heel veel gevraagd om cursussen te
geven, en een tijd lang was dat geweldig. Toen begon ik bij het
publiek eigenlijk iets te beantwoorden dat net boven gekomen was.
Dat waren toen cursussen van honderd, twee honderd mensen in de
grote plaatsen. Ik kon de achtersten in de zaal niet eens zien, en
het ging maar door, ik moest het doen.
Vr. Want u bent
natuurlijk, niet alleen met de astrologie bezig. U heeft ook heel
veel over kruiden en edelstenen geschreven, dus over allerlei
Occulte dingen eigenlijk, waar u heel veel kennis van hebt.
Ant. Het was
blijkbaar mijn taak om de mensen terug te brengen in een goede
verhouding tot de natuur. Ik had zelf altijd heel veel van de natuur
gehouden; eerst denk je dat iedereen zo is, maar ja een heleboel
letten daar niet op en dan wilde ik ze zo graag vertellen hoe goed
het in elkaar zit, hoe mooi het allemaal geschapen is en dat ze erop
vertrouwen kunnen dat alles zichzelf helpt als ze maar niet
eigenwijs zijn. En daar is nog een heleboel over te zeggen.
Vr. U bent zelf
een Tweeling Mw. Uyldert ?
Ant. Ja. Van 31
mei.
Vr. Dus dat zegt
iets over uw veelzijdigheid. Omdat u zoveel interesses hebt, niet
alleen de astrologie, terwijl ik denk dat dat je grootste liefde is.
Ant. Ja. En
tenslotte komt in de astrologie alles bij elkaar. Eigenlijk is er
maar één wetenschap, want in astrologie is alles opgenomen. En dat
is wat zo ontzaglijk inspireert en bevredigt dat je eindelijk door
almaar verder te graven en te kijken, je ziet hoe alles geschapen is
en bedoeld is. Het is bijvoorbeeld helemaal niet nodig om op één
punt, bijvoorbeeld alleen de plantenkunde met aandacht te bestuderen
want juist als je in de Breedte met een heleboel van de natuur
kennis maakt dan zie je de lijnen lopen. Dan zie je hoe het allemaal
samen een groot mozaïek is, dat alles bij alles past, allemaal
goede vrienden onder elkaar, alleen de mens is op een goed moment
daar buiten gaan staan, en heeft gezegd "ik zal dat wel
regelen".
De oude volken,
vooral de oude Grieken voelden dat allemaal zelf. Die hoefde je niet
zoveel te leren want dat zat er al in. Die hebben veel kennis gehad
van de sterren. Het waren de Goden, die op Olympus woonden en ze
hadden een heleboel verhalen over en die kun je dan symbolisch
opvatten. Maar de Goden waren werkelijk bestaande wezens en die
waren de geesten of de zielen of hoe je het noemen wil van de
planeet -lichamen, en die hebben werkelijk een macht over ons
mensen. Ze spelen met ons en laten ons plannen uitvoeren die ze
bedacht hebben. En dan zeggen wij een mens heeft een vrije wil, maar
dat gaat maar een klein eindje. We worden namelijk bewust van wat ze
voor ons uitgedacht hebben, en zo ver gaat de eigen vrije wil: dat
we in ons bewustzijn kennis daarvan hebben.
En dat wordt in je
gelegd en dan moet het er weer uit, en het moet circuleren, dat heb
ik gemerkt. Maar bij een heleboel mensen zit het dicht, vast, en ik
doe erg mijn best om hen te doen ontwaken, dan hebben ze pas hun
levensdoel, dan weten ze het.
Je moet niet altijd
luisteren naar mensen die je wat leren willen en die overbrengen wat
hun ouders en hun leraren hun geleerd hebben, want dan blijft het
maar hetzelfde verhaal. Nee er verandert juist zoveel.
Vr. Ik wou u
vragen wie u grootste leraren zijn geweest maar als ik u goed
begrijp, bent u zelf uw eigen leraar geweest.
Ant. Ik heb
natuurlijk wel de techniek geleerd van dat rekenen, hoe je een
horoscoop maakt, en wat er allemaal in kan zitten. Maar het is
precies zoals u zegt. Het zat er bij mij al in, en het hoefde alleen
maar uit te komen.
Vr. De boeken
die ik van u gelezen heb, doen mij wel soms denken aan Dane Rudhyar,
u hebt ook een humanistisch benadering en stelt de ziel centraal in
de horoscoop. Het niveau waar de ziel op zit en hoe de ziel zich oriënteert
is zeer belangrijk voor u. In andere opzichten doet u mij denken aan
Charles Carter. Ik zou u eigenlijk een esoterisch astrologe noemen.
Klopt dat ?
Ant. Ja, en de
mensen zien niet dat het eigenlijk een beetje mal is dat de
godsdiensten die wij er aan deze kant van de aardbol op na houden
allemaal navolgingen zijn van iemand die het zelf zag en ervan
vertelde. Dus het is een specifieke visie, en dan ontgaat het ons
dat we zelf contact moeten maken met ons eigen innerlijk, met die
grote krachten van twaalf en zeven, of hoe je het noemen
Vr. En hoe komt
het volgens u dat we dit directe contact niet meer hebben ?
Ant. We moesten al
duizenden jaren de stof in, tot de zonsverduistering van 11 augustus
jl.. We moesten die kant op, dat andere moesten we vergeten anders
zou alle aandacht daar naar toe zijn gegaan. Je had altijd mensen
natuurlijk, eenlingen, die ingesteld waren op het onzichtbare, en de
hogere dingen, maar de grote massa niet.
Alles is zoals het
is en dat kun je leren kennen. Maar als je moedwillig de andere kant
uit kijkt omdat het je beter bevalt, dan schiet je niet op. Dan denk
ik bij mijzelf, jammer, dan zijn die kansen voorbij. Ik had beter en
sneller kunnen opschieten en meer begrijpen en wijs worden in plaats
van geleerd.
We zouden niet
altijd voor een ander mens moeten nadenken. Het was beter geweest
als we ons wat bescheidener gehouden hadden, en hadden gedacht
zonder conclusies te trekken. "Oh, gaat dat zo", alleen
neutraal waarnemen. Er komen vanzelf, uit de diepte, conclusies op.
Als je op een bepaald punt komt te staan bestaat zelfs Karma
bestaat, alleen neutraliteit. De mens had meer bescheiden moeten
zijn. Gewoon observeren, zien wat er is te zien zonder oordeel. De
mens wil altijd dingen regelen. We willen ook resultaten zien,
"kijk, dit heb ik gemaakt".
Het is zoals het
is, en daar leren we van. Maar het gaat niet in een rechte lijn, die
bestaat niet, het is een kurketrekker, een spiraal naar boven en een
spiraal naar beneden.
Vr. Dat naar
binnen luisteren. Is het niet zo dat bepaalde aspecten in De
horoscoop, afhankelijk van op welk vlak je leeft, dat kunnen remmen
of moeilijker maken ? Ik denk nu ineens aan een Maan/Mercurius
vierkant, of bijvoorbeeld een Zon/Maan oppositie, waardoor je
makkelijk in reflecties kunt leven totdat je tot bekering komt.
Ant. Ik zie nu een
heleboel mensen veranderen. Vroeger hielden ze zich strikt aan wat
ze geleerd hadden van hun ouders en van onderwijzers, leraren, de
publieke opinie, wetenschap, en tegenwoordig gaan ze veel meer naar
zich zelf luisteren. Er zijn steeds meer mensen die merkwaardige
belevenissen hebben. We worden allemaal meer bewust van onze
vermogens, we hebben ze allemaal, helderziend, helderhorend, enz.,
maar we hebben het verwaarloosd, en eigenlijk geminacht en opzij
geschoven. Je moest voor alles een heleboel inspanning afleggen en
het moest bewezen worden met de logica. Dat heeft ons een heel stuk
achteruit geholpen, maar dat is nu aan het verdwijnen.
Vr. Denkt u dat
dat te maken heeft met Uranus en Neptunus ?
Ant. Ja, omdat die
nu aan de beurt zijn, en die van een andere soort zijn dan de
vorige. We beginnen nu ook zelfs door eigen ervaring, op de ene of
andere manier er naar toe te gaan, bijvoorbeeld in de nacht. Hoe het
eigenlijk in elkaar zit ? Er zijn een heleboel jongeren die gaan
zomaar op reis zonder een bepaald stoffelijk voertuig. Ik volg dat
een beetje, en ik begin dingen te zien die ik vroeger niet zag.
Vr. Wat is het,
denkt u, dat astrologie altijd zo boeiend maakt voor u ?
Want ik heb
begrepen dat u nog steeds horoscopen voor mensen maakt.
Ant. Omdat het
alles is, alles wat we kennen wordt daardoor overkoepeld, de wereld
van de goden, van wezens die, laten we maar grof zeggen, meer kunnen
dan wij, en die samen met ons dit heelal bevolken. We beginnen te
bemerken dat het heerlijk is om alsmaar meer te begrijpen, over wat
er eigenlijk gebeurt, en niet wat onze onderwijzers, leraren ons
allemaal geschilderd hebben, die dat ook weer uit een boek of van
een meester hadden, maar weet je, zomaar zelf beleven. En hoe
zelfstandiger je daardoor wordt hoe sneller het gaat.
Vr. Alexander
Ruperti zei eens dat astrologie een ‘tegencultuur-kracht’ zou
moeten zijn. Astrologie heeft iets bedreigends in de zin dat
astrologie mensen aanspoort om juist voor zichzelf te denken en naar
zichzelf te luisteren, wat betekent niet met de massa mee lopen. In
tegenstelling, heeft de maatschappij juist bate bij mensen die niet
te veel na denken, en die gewoon gehoorzamen, en luisteren, en
dingen accepteren zoals ze dat voorgesteld krijgen. Astrologie wijst
men steeds naar het innerlijk.
Ant. Ik geloof zelf
dat alles in wezen volmaakt is, maar we zijn niet klaar om het op de
goede manier te beschouwen. Er zit teveel rommel tussen,
althans….. maar dat verbetert wel. We zijn nu in een buitengewoon
gunstige periode. Er is ergens in de kosmos een stelsel van kleine
elektrische deeltjes die door elkaar friemelen, zo’n hele grote
fotonenwolk, en die hele wolk verplaatst zich door de ruimte en nu
is het weer aan de beurt dat ons zonnestelsel en de wolk fotonen
naar elkaar toekomen, door de wetmatig beweging die ze maken.
Daardoor hebben we de gelegenheid om beter te functioneren zoals we
geschapen zijn. Want wij zijn te vergelijken met elektrische
machines, zoals, de keukenmachine die je op de aanrecht hebt staan,
en zo is geconstrueerd dat’ ie allemaal werkjes voor je kan doen,
malen en dit en dat, maar de stekker moet wel in het stopcontact
zitten. Je kunt eigenlijk zeggen als de mens op goed afgesteld is,
open verbonden, bruikbaar verbonden, heen en weer pratend, dan kan
er een heleboel in de prachtige aanleg van de mens beginnen te
functioneren. Maar als de mens helemaal verstopt is aan die kant, is
er zoveel weerstand dat er haast niets beweegt. Nu door die fotonen
kunnen we zo belevendigd worden in onze volmaakte aanleg dat we veel
sneller vooruitgaan in het denken van allerlei dingen en ook kunnen
van allerlei dingen. Daarom zijn er nu zo ontzaglijk veel groepjes
mensen die op een bepaalde manier, die bij hun aanleg past, hun
persoonlijke aanleg, de horoscoop, in staat om vrij snel toch
krachtig te worden door die fotonen, zodat er hier en daar in de
prachtige aanleg van ons, iets wakker wordt en begint te bewegen. En
dan denken we dat het iets nieuws is. Het heeft zoveel generaties
gewacht op zijn beurt, tot we daar in een beetje zouden gaan
masseren en schoonmaken, tot beweging komen, en nu neemt het de kans
waar, en nu ontluiken er nieuwe vermogens. Ze zijn eigenlijk niet
nieuw, maar nu zijn ze in volle gang.
Vr. Mw. Uyldert,
als u een horoscoop voor iemand maakt, waar kijkt u als eerste naar
?
Ant. Ik ben niet
erg systematisch. Ik kan u geen mooie methode geven die iedereen
moet navolgen. Het hangt van de horoscoop af, en ik doe niet altijd
hetzelfde. Als ik een horoscoop kant en klaar voor me krijg, laat ik
het een poosje op me inwerken. Gisteren was hier een jonge man. Wat
er direct opviel was dat de bovenste helft leeg was, in de onderste
helft zaten alle planeten. En dan heb ik meteen al een beeld. Een
grondbeeld, en dan ga ik verder kijken, wat er voor complexen zijn.
Ik begin eigenlijk in het groot en ga langzaamaan meer tot de
verfijningen over, dan raken we aan de praat en gaat dat gesprek
vanzelf een bepaalde kant uit. Ik laat het eigenlijk allemaal
gebeuren, ik laat, om zo te zeggen, de horoscoop zichzelf verklaren.
In het begin niet. Dan denk je: "dit en dat zullen belangrijke
punten zijn" en dan ga je steeds dezelfde dingen gebruiken.
Maar ik merkte, "nee, een bepaald aspect werkt heel anders bij
de een dan bij de andere in het geheel." En nu zet ik niets
meer meteen vast op papier, ik laat het op me inwerken en ik begin
hoe langer hoe meer in de ander te leven. Hoe dat voelt. Dan praten
we en dan zeg ik vanzelf wat op zijn plaats is.
Vr. Zo zie je
ook hoe de andere persoon zijn aspecten beleeft. Vindt u het nog
steeds boeiend, horoscopen maken voor mensen ?
Ant. Ja. Maar ik
ben nu 91 en ik kan niet zo goed meer al die kleine tekentjes in de
efemeride zien, en dan ben ik bang dat ik me vergis, en dan vraag ik
om de tekening voor me te maken aan zo’n computer bureau dat dat
doet.
Vr. Dus tot kort
geleden deed u dat zelf met de hand ?
Ant. Ja dat deed ik
helemaal zelf. Want het prettige daarvan is dat je langzamerhand
daarin groeit, het is alsof je geboren bent als zo iemand en dan
gaat opgroeien en steeds meer van jezelf begrijpt. Ik vond het wel
prettig want dan zie je eigenlijk de persoon eruit rijzen.
Vr. Wat vindt u
trouwens van de moderne astrologie, het gebruik van Cheiron, of de
zwarte maan die hier in Nederland zo populair is ?
Ant. Ja, men
ontdekt steeds meer persoonlijkheden, hemellichamen, en dat is voor
ons een verrijking.
Vr. Gebruikt u
Cheiron zelf ?
Ant. Nee, en er
zijn een paar van die nieuwelingen, de zwarte maan, daar heb ik me
nooit mee bemoeid eigenlijk. Ik zie al zoveel dingen die nabij
liggen en het moet niet teveel worden voor de andere. Vroeger zou ik
er misschien wel achteraan gezeten hebben.
Vr. U was met
astrologie bezig toen Pluto ontdekt was. Kunt u zich dat nog
herinneren ?
Ant. Ja, en daar
werk ik flink mee. Ik merk daar zelf ook zoveel van en zo moet het
ook zijn: dat je het in eerste plaats waarneemt, direct, zelf, en
vragen aan andere astrologen hoe ze dat ervaren. Maar niet uit een
boekje leren als theorie. Jee moet het mee maken, voelen, ervaren.
Vr. Kunt u zich
herinneren toen Pluto ontdekt was, dat er een bepaalde ophef
ontstond onder astrologen ?
Ant. Ja. Ik heb het
niet zo belangrijk gevonden toen. Maar ik heb hem in mijn eigen
leven ervaren.
Vr. U heeft net
waarschijnlijk Pluto oppositie Zon ervaren ?
Ant. Ik heb dat nu
ja, en het is niet leuk. Nare dingen, vind ik, want de ene keer denk
je ik moet die kant op, en dan de andere keer denk je ik moet die
kant op.
Vr. U heeft een
Weegschaal ascendant. Dat maakt beminnelijk vind ik.
Ant. Ja. Kent u het
boek van Janduz ? Het is een Frans boek met de symboliek voor alle
dierenriemgraden. Even mijn ascendant opzoeken. Het is een vrouw die
het boek geschreven heeft en een tekenares die de plaatjes erbij
gemaakt heeft volgens de Kabbala en ze zijn zo treffend. Daar
controleer ik altijd de geboortetijd mee. Als ik iemand bij me heb
die zich niet herkent in het plaatje dan zeg ik "misschien bent
u wat eerder of later geboren". Dan laat ik hem de plaatjes
zien die in aanmerking komen, en ze zijn zo sprekend dat meestal
iemand bij een van de plaatjes zegt: "dat ben ik". Dan
weet je wat de ascendant is.
Dit is mijn
ascendant. (Mevr. Uyldert geeft me een prachtig oud boek in handen,
en vertelt…).
Dit is een
astroloog en alchemist tegelijk. Want hij heeft een globe bij zich
en hij heeft in zijn hand een fles. Dus het is geen wonder dat ik
het allemaal in me had. Het is heel merkwaardig. Er staan hier
dingen in zo ongelooflijk precies tot in alle details. De tekeningen
bevatten veel meer dan de tekst.
Toen ik een klein
kind was moest ik kleren aandoen die mijn moeder liet naaien voor
mij door de huisnaaister. En die bevielen mij niet, en dat was
huilen, maar ja, moeder was de baas. Ik had zo mijn eigen
opvattingen over de dingen die ik moest. Ik dacht altijd, "ik
wil deze kleren niet aan". Wat bij mij past, dat is een soort
kalotje, op mijn hoofd, zwart, en dan een lang kleed en een soort
overkleed dat erover heen hangt. En toen ik twaalf jaar was, zag ik
het voor het eerst in een productie van Faust. Kent u dat ? Dat is
zo’n middeleeuwse man met zo’n zwart overkleed en zo’n
kalotje, die staat voor een raam en er wordt iets tevoorschijn
getoverd. En toen dacht ik, "ha, eindelijk heb ik het. Dat ben
ik. Die kleren passen bij mij". En dat zijn precies weer de
kleren die op dit tekeningetje staan!
Vr. Als u denkt
aan uw eigen horoscoop Mw. Uyldert, want denkt u dat de grootste
uitdaging is geweest ? Het uitdragen van alles wat u voelde van
binnen ?
Ant. Uitdaging
….Alles ging me gemakkelijk af. Ik leerde gewoon makkelijk op
school. Ik begreep alles en dan mocht ik tekenen. Ze waren altijd
aardig in wat ik mocht doen.
We praten verder
over de horoscoop tekening……
Vr. U zult
waarschijnlijk wel een heel erg bijdehand kind zijn geweest met de
Zon in acht. De motivaties van anderen zien en erkennen.
Ant. Mijn moeder
woonde een tijd lang samen met een vriendin die theologie gestudeerd
had maar niet had kunnen slagen voor predikant. Toen was ze maar een
kinderkerk begonnen. Ze moest dat geloof uitdragen. En aan tafel
stelde ik altijd vragen op dat gebied, en telkens weer kwam er een
debat over wat ze geleerd had en wat ze slaafs volgde. En dat waren
feiten uit het verleden die je niet kon controleren als leek. Maar
ik had een herinnering om het zo te zeggen en ik wist de dingen van
zelf en daar kwam ik voor op. En dan zei ik, "nee dat is niet
zo". Dat was eigenlijk heel erg. Dat je als volwassene
tegenover een kind van negen jaar staat dat zegt dat ze het beter
weet in de theologie, dat is natuurlijk heel erg. Maar ik kwam vurig
op voor wat ik wist.
Ik wist dat het de
waarheid was. Toen zei ze wel eens, "vroeg rijp, vroeg
oud". Ik kan dat nu best begrijpen dat het heel pijnlijk is als
je in die positie bent en een kind heeft er kritiek op je, en er zit
ander publiek bij. Je bent natuurlijk als kind eigenwijs, en dat
zijn je heiligste overtuigingen. Die geef je niet op.
Vr. In uw eigen
horoscoop is er dus niet een aspect waarvan u denkt dit is de meest
boeiend of de meest uitdagend geweest ?
Ant. Nee. Het hele
negende huis. Het beheerst alles, mijn gedachten, alles. Ik heb
altijd mijzelf kunnen bezighouden, ik doe dat juist graag. Ik
speelde wel met andere kinderen natuurlijk maar ze hadden zo weinig
zelf te geven. Ik moest altijd de spelletjes bedenken, dat deed ik
dan ook, heel vlijtig. Ik stichtte geheime genootschappen waar ze
wel lid van mochten worden als ze een soort examen hadden gedaan. Ze
moesten tonen dat ze dingen konden uithouden. Dat ze vijf minuten
heel dood stil konden zitten, en ze moesten een lepel levertraan
zonder blikken noch blozen, doorslikken. Dat vond ik zelf iets
verschrikkelijks.
Vr. Echt een
kind van een Schorpioen moeder.
Ant. Ja. En als dat
opgelost was, bedacht ik dan weer wat anders. Ik had verrukkelijke,
leuke kinderjaren.
Vr. Ik heb een
laatste vraag die ik graag wil stellen. Wat vindt u van de
hedendaagse astrologie ? Denkt u dat het betere tijden beleeft dan
toen u begon. Of vindt u dat het te psychologisch geworden is ?
Vindt u deze ontwikkeling goed ?
Ant. Het gaat in de
wereld hoe langer hoe beter. Het komt steeds op een hoger niveau
moet ik zeggen. Toen ik begon toen was het eigenlijk vreselijk, dat
niveau van de paar astrologen die er waren. Je kon eigenlijk ook
niets zeggen want het werd niet begrepen. Het is een hele stuk
vooruit gegaan. Er zijn veel meer mensen die er wel wat van
begrijpen maar ook nog veel meer die het helemaal niet begrijpen.
Die het gebruiken om de toekomst te voorspellen en afgelopen. Ik
vind dat heel jammer van zoiets groots, dat het zo naar beneden
gehaald wordt.
Vr. Ik las in
een van uw boeken dat u geen voorstander bent van voorspellingen
sowieso.
Ant. Ik krijg
zoveel voorspellingen toegestuurd, altijd weer en van allerlei
kanten. "Er gaat vreselijke dingen gebeuren… en dit en dat,
zorg dat je veel eten in huis hebt, dat je kaarsen hebt, de
elektriciteit valt uit, enz." Als dit soort berichten, massaal,
over het hele land door een heleboel mensen tegelijk uitgedacht
worden halen we juist de rampen aan. Heb liever vertrouwen. Maar dat
kun je alleen als je ziet dat de voorzienigheid zo goed voor alles
gezorgd heeft. Dat moet je zelf zien om daar houvast in te vinden.
Vr. Als u een
cliënt hebt die bij u komt voor progressies, of die in een Heel
moeilijk positie zit. Hoe probeert u zo een mens te benaderen om hem
beter te doen voelen ?
Ant. Ze komen hier
meestal met problemen. Dan behandel ik dat. Ze zitten meestal waar u
nu zit, en ik zit hier, en we kijken elkaar aan. En dan zie ik eerst
zo’n gezicht, helemaal naar beneden kijkend, vreselijk. En terwijl
we praten zie ik dat een beetje omhoog gaan, zo de lijnen. En dan
beginnen ze een beetje te glimlachen, en aan het einde van het
gesprek zijn ze heel opgewekt, en dan hebben we het leuk en dan heb
ik ze tenminste een beetje vertrouwen weten bij te brengen. Dan
hebben ze weer moed om het leven voort te zetten en heb ik ze nog
wat middelen aan de hand gedaan om de toestand te verbeteren. En
heel vaak hoor ik dan later van ze als het verbeterd is, dan krijg
ik een brief, en soms later komen ze weer terug. Ik heb het heel
prettig met mijn cliënten, patiënten, hoe je het noemen wil.
Ik sta natuurlijk
ook voor de natuurgeneeskunde en dat je jezelf moet zien te genezen
en niet direct naar de dokter lopen als er iets met je is. Nee, we
zijn geschapen met een zekere mate van inzicht met de bedoeling dat
we daarmee ook op onszelf zullen passen. Dat is dus een van de
dingen die ik altijd hevig aandik, je moet het zelf doen. Ik heb
mezelf ook altijd zelf moeten helpen. Je krijgt altijd goede raad
van allerlei mensen maar ik moet het zelf doen. Dat is een wet in
mijn leven.
Vr. Dat is ook
eigenlijk een realiteit. Want je moet zelf geboren worden en je moet
ook zelf sterven. Dat zijn de twee, de deur naar binnen en de deur
naar buiten. Dat moet je ook alleen doen. Dit kun je niet echt met
iemand samen doen.
Ant. Ja. Daarom zeg
ik ook, alles zit in je, maar je kent het nog zo weinig. Je weet nog
zo weinig waar je beschikking over hebt. Denk nou eens zelf en ga
zelf dingen na, want je weet nooit of iemand je een passende raad
geeft. Want een mens ziet niet alles bij een ander. Zo praat ik met
ze om ze zelfstandig en onafhankelijk en vooral vertrouwend te
maken.
Vr. Mw. Uyldert,
ik dank u voor dit interview.

Artikel
van
Mellie Uyldert
Engelse
versie van dit interview
